De leefbaarheidsmonitor bestaat uit meerdere metingen. De nulmeting biedt inzicht in de leefbaarheid en veiligheid in de periode voorafgaand aan de vestiging van de betreffende voorziening. De resultaten van latere metingen worden met deze nulmeting vergeleken. Om dit goed te kunnen doen zullen alle metingen op precies dezelfde wijze uitgevoerd moeten worden.
Onze metingen - als onderdeel van het beheer rondom mogelijk overlast veroorzakende voorzieningen - gaan over het algemeen niet in op het totale spectrum van de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. De ervaring leert dat áls omstreden voorzieningen invloed hebben op de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving, dit vooral merkbaar is aan eventuele overlast- en veiligheidssituaties. Dit zijn vaak ook de zaken waarover omwonenden en andere belanghebbenden de meeste zorgen hebben. Wij onderzoeken o.a. de volgende indicatoren: gedrag in de openbare ruimte (bedelen, aanstootgevend gedrag e.d.), geweld (of de dreiging ervan), vernieling en drugs (dealen, gebruiken).
De leefbaarheidsmonitor bestaat zowel uit kwantitatief onderzoek (bijvoorbeeld bewonersenquête) als uit kwalitatief onderzoek (bijvoorbeeld gesprekken sleutelpersonen). Hierbij maken we gebruik van zowel objectieve gegevensbronnen (denk aan aangiften en meldingen bij de politie) als subjectieve gegevens (verkregen door enquêtes onder bewoners, ondernemers, passanten, in gesprekken en wijkschouw). Hierdoor zijn wij in staat een genuanceerd en evenwichtig beeld van de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving van de omstreden voorziening te vormen.
De exacte vorm en inhoud van de monitor (bijvoorbeeld de mate van kwantitatief of kwalitatief onderzoek) bespreken wij altijd met de opdrachtgever en het (meestal aanwezige) beheerplatform. Tot slot vinden wij het belangrijk dat alle betrokken partijen, verenigd in zo'n beheerplatform, de resultaten van de metingen onderschrijven. Alleen dan is immers sprake van een gezamenlijk beeld van deleefbaarheid en veiligheid in een gebied. Alleen dan kan de meting basis vormen voor vervolgmetingen en de monitor leiden tot gezamenlijke aanbevelingen voor het eventueel bijstellen van het beleid en het nemen van aanvullende maatregelen.