Kijk op kansen

Betekenis Uitspraak Europese Hof voor het detailhandelsbeleid

Er ligt een recente uitspraak[1] van het Europese Hof t.a.v. een situatie in Appingedam waar de gemeente bepaalde vormen van detailhandel niet wilde toestaan op het bedrijventerrein. Dit heeft tot veel beroering geleid. Seinpost is van mening dat dit verbod eigenlijk onnodig is. Als je op basis van goed onderbouwd beleid een visie neerlegt, is en blijft dit zeker uitstekende mogelijkheden bieden om te sturen in de vestiging (of het voorkomen van vestiging) van detailhandel op ongewenste locaties. In die zin verandert er weinig. Maar voorwaarde is uiteraard dat dit beleid er dan wel is en zo’n visie er dan wel ligt.
Seinpost heeft hiertoe veel expertise in huis om gemeentes bij te staan. Er is bij Seinpost veel ervaring beschikbaar over hoe je dit moet aanpakken, zowel ruimtelijk-economisch als ruimtelijk-juridisch. Wij leggen uit hoe dat dient te gebeuren op basis van deze uitspraak. 

Werking van de Dienstenrichtlijn

Op basis van artikel 4 van de Dienstenrichtlijn wordt voor de toepassing van de richtlijn onder “dienst” verstaan: elke economische activiteit, anders dan in loondienst, die gewoonlijk tegen vergoeding geschiedt[2]. De Dienstenrichtlijn heeft als doelstelling dat dienstverleners in de Europese Unie zich onbelemmerd in een andere lidstaat kunnen vestigen of tijdelijk diensten kunnen verrichten. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit mag in principe dus niet worden beperkt of afhankelijk zijn van discriminatoire eisen. 

De Raad van State (de Afdeling) heeft in eerdere uitspraken geoordeeld dat de Dienstenrichtlijn niet van toepassing is op de uitoefening van detailhandelsactiviteiten en dat de Dienstenrichtlijn ook niet in de weg staat van eisen die worden gesteld in het kader van de ruimtelijke ordening.

De Afdeling vond echter wél dat er onduidelijkheid was gerezen over de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn ten aanzien van detailhandel. Daarom heeft men zich tot het Europese Hof gewend (n.a.v. de situatie in Appingedam). Er zijn twee vragen voorgelegd:

  • Is het begrip “dienst” als bedoeld in artikel 4 van de Dienstenrichtlijn van toepassing op detailhandel?
  • Indien dit het geval is (i.t.t. wat de Afdeling tot dat momentdacht), wordt gevraagd of de voorschriften inzake ruimtelijke ordening buiten het toepassingsbereik van de Dienstenrichtlijn vallen. 

Uitspraak Hof en gevolgen voor ruimtelijke ordening en (sturing via) detailhandelsbeleid

Volgens het Europese Hof is een detailhandelsactiviteit inderdaad een economische activiteit anders dan in loondienst tegen vergoeding. Het oordeel luidt daarom dat detailhandel in goederen een “dienst” vormt als bedoeld in artikel 4 van de Dienstenrichtlijn. De bepalingen van de Dienstenrichtlijn zijn dus van toepassing bij de uitoefening van detailhandelsactiviteiten.

[1] 30 januari 2018

[2] zoals bedoeld in artikel 57 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)

Wat betekent dit voor de eventuele beperkende maatregelen die via ruimtelijke ordening (bestemmingsplan en omgevingsvisie) worden vastgelegd en die vaak samenhangen met het detailhandelsbeleid (op basis van een detailhandelsvisie)? Zijn (en blijven) er toch belemmeringen mogelijk t.a.v. detailhandelsvestigingen zoals wij in de Nederlandse situatie kennen? 

Dan is het volgende van belang. Het Hof geeft in haar uitspraak tegelijkertijd een niet onbelangrijke nuance aan. De Dienstenrichtlijn hoeft niét in de weg te staan dat de toegang tot of de uitoefening van deze dienstenactiviteit (in dit geval detailhandel) toch afhankelijk wordt gesteld van een geografische beperking. Voorwaarde is dan wel dat wel moet worden voldaan aan de eisen inzake non-discriminatie, noodzakelijkheid en evenredigheid (zoals genoemd in artikel 15, lid 3 van de Dienstenrichtlijn).

De uitspraak betrof concreet een situatie in Appingedam. De gemeente wil niet toestaan dat detailhandel (het ging om Bristol, dus niet behorend tot de reguliere PDV) zich op een bedrijventerrein, dus buiten het centrumgebied, kan vestigen. Het behoud van de leefbaarheid van het stadscentrum van de gemeente Appingedam en het voorkomen van leegstand in het binnenstedelijk gebied vormen volgens het Hof dwingende redenen van algemeen belang die deze geografische beperking van de detailhandelsactiviteit rechtvaardigt. 

In feite zegt het Europese Hof dat je heel goed moet beargumenteren waarom je de vestiging van bepaalde soorten detailhandel wilt organiseren, dus een (strakke) regie wilt voeren. Als dit beleid er niet is, vervalt het argument. Dat is anders dan tot op heden werd aangenomen. Geen beleid betekent dat je ook geen belemmering mag opleggen omdat detailhandel behoort tot de diensten die vallen onder de Dienstenrichtlijn. Dus je moet vooraf:

  • heel goed in kaart brengen hoe de situatie werkelijk is (maatwerk op basis van juiste informatie, dus ook actueel),
  • welk beleid met welke maatregelen je daarom goed beargumenteerd wilt toepassen (mede gelet op de trends en ontwikkelingen), en
  • hoe je daar je instrumentarium op afstelt (daarmee een passend onderdeel van het beleid).

Dit beleid moet door de gemeente vastgesteld worden en vormt daarmee het juiste (juridische) kader.

De Seinpost-conclusie luidt: Op basis van de uitspraak van het Europese Hof moet nog meer dan voorheen aanleiding zijn voor goed gefundeerd en actueel detailhandelsbeleid. En als dat er dan is, blijft sturing zoals voorheen uitstekend mogelijk! Dit geeft bovendien voor (investerende) ondernemers en eigenaren houvast en zekerheid. 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan-Willem of Mathieu.

Jan-Willem Speetjens, j.w.speetjens@seinpost.com of 06 27001311

Mathieu Vaessen, m.vaessen@seinpost.com of 06 5392 9891

Onze specialist(en)

Mathieu Vaessen

Ervaren adviseur met passie voor wijkeconomie en ondernemerschap

Tel. : 06 5392 9891
Email : m.vaessen@seinpost.com

Jan-Willem Speetjens

Retailspecialist met scherpe blik op de inhoud

Tel. : 06 2700 1311
Email : j.w.speetjens@seinpost.com