Kijk op kansen

Economische functies in een woonmilieu

Appelleren aan een ondernemende houding 

Seinpost heeft in de afgelopen bijna veertig jaar veel werk verricht in de aanloopstraten van grote(re) steden en in de ‘oude’ wijken. In deze gebieden zijn economische functies van oudsher vaak op de één of andere wijze vervlochten met het wonen. Is dat positief of negatief? En hoe ging de overheid daarmee om? Heeft de overheid de wijkeconomie hier gestimuleerd of was woningbouw de belangrijkste issue? En hoe ligt dat anno 2018? Welke actuele ervaring biedt Seinpost? 

Altijd al zo geweest

In het proefschrift van Frits Schreiner uit 1985[1], die verbonden was aan Seinpost, wordt een goed beeld gegeven over de bedrijvigheid in woonwijken door de jaren heen. We lezen dat menging normaal was: “Woonhuis en pakhuis of bedrijf stonden naast elkaar of gingen in elkaar over. Het stedelijk bestuur had daar soms vergaande bemoeienis mee: zo plande het Amsterdamse vroedschap in 1670 in het Noortsche Bosch 400 panden voor wevers, wolkammers, spinners en andere bewerkers van wol, waarvoor zowel Amsterdammers alsook andere immigranten, die een bedrijfje wilden beginnen, in aanmerking kwamen”. De gildes zorgden hierbij voor ‘natuurlijke’ opleidingen, voornamelijk in het vakgebied, maar ook in de persoonlijke houding. 

Wonen blijft belangrijkst

Met de Industriële Revolutie kwamen in de 19e eeuw schaalvergroting en milieuvervuiling. Vooral na WO II was er steeds meer sprake van functiescheiding, mede door de overlast van (grote) bedrijven. De woningaanpak leverde na een eerste naoorlogse inhaalslag (vanaf ongeveer 1970) de periode op van de Stadsvernieuwing. Dit veroorzaakte een ‘slagveld’ ten aanzien van de (kleinschalige) bedrijvigheid en daarmee ook de werkfuncties in de oude wijken. Hoewel hier na 1980 wel enige aandacht voor ontstond vanwege economische recessie en sterk oplopende werkloosheid in vooral de volkswijken (stijging in enkele jaren van 150.000 naar 700.000 mensen)[2], bleef de nadruk toch nog steeds liggen op de volkshuisvesting. Als er al aandacht was voor de wijkeconomie, dan was deze vooral gericht op de detailhandel en daarmee dus de (primaire) voorzieningen van bewoners. Een vastgoedaanpak van bedrijfspanden ontstond hier soms ook als er zich door wegtrekkende bedrijvigheid forse leegstand en verpaupering voordeden, en er allerlei overlastgevende functies kwamen. Denk aan de Zeeheldenbuurt in Den Haag, Katendrecht in Rotterdam,  Amsterdamsestraatweg in Utrecht en Klarendal/Spijkerkwartier in Arnhem. Feitelijk betreft het daarmee een negatieve aanleiding en niet de positieve, gericht op organisatie van structuren met menging van de woon- en bedrijfsfunctie, maar dan op een moderne wijze ontwikkeld. Dus echt sociaal en economisch tegelijkertijd, hoog- en laaggeschoold.

Anno 2018 is het niet veel anders. En dit terwijl er sinds het eind van de jaren negentig duidelijk een andere wind is gaan waaien als het gaat over de kleinschalige bedrijvigheid. Het ondernemerschap staat in bloei als nooit tevoren: het totaal aantal inschrijvingen bij de Kamer van Koophandel is bijna 1,8 miljoen. Dat is soms inderdaad als noodstap, zoals de zzp’er in de bouw, maar veel vaker omdat men als zelfstandige ondernemer meer mogelijkheden ziet de eigen creativiteit en innovativiteit te ontwikkelen. Sociale media bieden hiertoe het laatste decennium nog eens extra veel mogelijkheden: netwerkontwikkeling lokaal, nationaal en internationaal.

[1] Dr. F.A.M. Schrijner: “Ambacht en kleine nijverheid in de oudere stadsdelen van de drie grote steden in de Randstad” (1985)

[2] Prof. Dr. P. van Schilfgaarde, oprichter Seinpost Adviesbureau: “De stad en haar model” (afscheidscollege 6 maart 1997)

Ondernemers: leer elkaar kennen!

Gemeenten richten zich primair op de grotere bedrijvigheid op de bedrijfsterreinen en weten vaak (erg) weinig over de eigen kleinschalige wijkeconomie. Toch starten er volgens de Kamer van Koophandel jaarlijks bijna 200.000 ondernemers, veruit de meeste in de wijk. Onder hen zijn ook steeds meer vrouwen en ouderen aanwezig. Wat betekent dit nieuwe ondernemerschap eigenlijk voor het functioneren van een wijk? Dit gaat veel verder dan het standaard ‘startersbeleid’ dat vaak gericht is op financiële en juridische aspecten van de (nieuwe) onderneming. Moderne wijkeconomie vraagt om inzicht in de identiteit van de totale wijkeconomie en het (digitaal) naar elkaar zichtbaar maken van het aanbod. Het is belangrijk om elkaar als bewoner of ondernemer te leren kennen en om op slimme wijze samenwerking dichtbij te organiseren. En: er moeten fysieke ontmoetings- en vestigingsmogelijkheden in de wijk worden geboden, zodat de stads- en regionale economie, van centrumgebied tot bedrijfsterreinen, beter aansluiten. Dit geeft mogelijkheden tot nieuw gemeentelijk beleid als aanvulling op bijvoorbeeld het landelijke beleid jegens de Topsectoren (Creatieve Industrie).

In Arnhem West, een wijk van ca. 5.500 inwoners met (volgens het Handelsregister) 574 bedrijven, is hiermee sinds eind 2017 een start gemaakt. Ondernemers en initiatiefnemers zijn actief in de werkgroep wijkeconomie. Seinpost (Mathieu Vaessen) begeleidt dit project. De gemeente heeft inmiddels een kaartbeeld opgesteld over de verschillende soorten vestigingen verdeeld over de wijk, en er wordt nu concreet gewerkt aan een ‘smoelenboek’. Door het leggen van persoonlijke contacten wordt de netwerkontwikkeling in de wijk gestimuleerd. Alles voor een gezonder ondernemerschap! De wijkondernemers konden zich op een eerste kennismakingsavond aan elkaar voorstellen. De aanpak hierbij is vraaggestuurd en breed: van een ondernemende houding tot ondernemerschap. Bewoners en ondernemers samen. 

De bedoeling is primair het woon- en leefklimaat vanuit deze insteek te verbeteren, maar helpt ook (het zicht op) het palet aan ondernemerschap van Arnhem als geheel te verbreden. De gemeente hanteert zelf de argumenten levendigheid, aantrekkelijkheid en eigenheid van de wijk, perspectief van werkgelegenheid en participatie, goed voorzieningenniveau, en de sociale samenhang in de wijk. En, niet onbelangrijk: de aanpak geeft veel positieve energie!

Onze specialist(en)

Mathieu Vaessen

Ervaren adviseur met passie voor wijkeconomie en ondernemerschap

Tel. : 06 5392 9891
Email : m.vaessen@seinpost.com