Kijk op kansen

Op weg naar een nieuw winkellandschap

Het winkellandschap verandert. Zo vinden consumenten online steeds beter hun weg, en is een winkelbezoek een keuze geworden. Welk antwoord hebben fysieke winkels op deze nieuwe ontwikkelingen? We noemen er vier.

Keuze, kwaliteit en beleving in grote winkelgebieden:

Fysieke winkels gaan steeds meer (merk)beleving bieden. Winkels krijgen een sterkere showroom-functie, waar consumenten de producten kunnen zien, voelen, testen en/of ervaren. De distributiefunctie neemt af en de marketing-functie neemt toe. Winkelgebieden zullen steeds méér moeten bieden om bezoekers te blijven trekken, onder meer met onderscheidende acties en events. 

Vooral non-food vraagt om service:

Steeds meer non-foodartikelen met een lage look-and-feel-factor, zoals bruin/witgoed, doe-het-zelfartikelen of huishoudelijke producten, worden door consumenten online aangeschaft. Door prijsvergelijking-sites en reviews is de markt transparanter dan ooit en veelal worden de apparaten gratis thuisbezorgd en ook nog eens aangesloten. Winkels in deze branches moeten veel service bieden om de online concurrentie aan te kunnen. 

Gemak en snelheid in kleine winkelgebieden:

In kleine winkelgebieden waar van oudsher vooral dagelijkse artikelen worden aangeboden, wil de consument vooral gemak en snelheid. Hij wil niet te veel tijd kwijt zijn aan het halen van dagelijkse benodigdheden. Winkels en winkelgebieden spelen hierop in met zaken als kant-en-klaar-producten, afhaalservice, parkeergemak en korte loopafstanden. 

Functiemenging:

De traditionele grenzen tussen detailhandel, horeca, vermaak, dienstverlening en ambacht vervagen in hoog tempo. Dit wordt ook wel aangeduid met de term ‘blurring’. Er komen allerlei nieuwe concepten op waar producten worden verkocht, maar waar men ook kan eten en drinken. De grote steden lopen hierin voorop. Zichtbaar zijn de food-markets met gezonde streekproducten, kooklessen en proeverijen. Food lijkt het nieuwe recreatieve winkelen geworden. 

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor fysieke winkels? Winkels en winkelgebieden zullen in onze stellige overtuiging niet verdwijnen. Wel is een sterkere polarisatie te verwachten in functie en in functioneren. Trends en ontwikkelingen hebben verschillende gevolgen en uitwerkingen voor verschillende typen winkelgebieden. Seinpost signaleert al geruime tijd dat er een verdergaande polarisatie optreedt tussen kansrijke en kansarme winkelgebieden. 

In onze optiek zijn er in de toekomst vijf verschillende soorten winkelgebieden te onderscheiden, als gevolg van de beschreven ontwikkelingen.

1. Dagelijks doelgericht

In de toekomst komt er een tweedeling: dagelijkse aankopen (bulkartikelen) zullen voor een deel online gaan, waarbij boodschappen thuis worden bezorgd of bij een pick-uppoint worden opgehaald. Aanbieders als Picnic zullen verder groeien: dit biedt gemak en snelheid. De maaltijdbox zal nog een groei doormaken. Door deze ontwikkelingen zal het wijkwinkelcentrum minder supermarktmeters nodig hebben en zal meer accent komen op vers en ambachtelijk en tegelijkertijd op service. Ook zal het wijkwinkelcentrum meer een sociale en dienstverlenende functie krijgen.

2. Dagelijks recreatief     

De aandacht voor lekker en gezond eten en koken neemt nog verder toe, met daarmee de food-concepten die daarop inspelen. Vers, ambachtelijk en ‘uit de eigen regio’ zijn sleutelwoorden. Overal in het land komen initiatieven op voor markthal-achtige concepten. Food en horeca gaan versmelten en food wordt theater, waarin de consument op zoek is naar het verhaal bij het voedsel dat hij eet. Food wordt steeds meer drager van het nieuwe recreatieve winkelen. Een dergelijke ontwikkelingsrichting is wellicht ook voor grotere winkelcentra op wijk- of stadsdeelniveau weggelegd.

 

 

3. Niet dagelijks doelgericht

Ook het aankopen van niet-dagelijkse goederen polariseert in de toekomst. Bruin- en witgoed, doe-het-zelfproducten en huishoudelijke artikelen zullen deels online gaan. Toch blijft voor deze artikelen ook de behoefte aan uitleg, (hulp bij) installatie, kortom: ‘oplossing van het probleem’. Daarvoor zijn minder winkelmeters nodig, maar juist méér deskundig personeel dat oplossingen aanbiedt. In de VS zien we bij een aantal winkels al ‘solution corners’ binnen kluswinkels ontstaan, waar mensen (onder het genot van een verse cappuccino) hulp en advies krijgen bij hun verbouwingsplannen.

4. Niet dagelijks recreatief

Voor de keuzegevoelige niet-dagelijkse artikelen zullen consumenten de grotere binnensteden blijven bezoeken. Denk hier aan kleding, schoeisel en luxeartikelen. Die binnenstad moet dan wel wat te bieden hebben: naast een ‘place to buy’ moet het ook zeker een ‘place to be’ zijn. Consumenten willen geïnspireerd worden door de belevingswereld/ lifestyle die een merk biedt. De winkel schuift op naar het experience-domein, waarin consumenten producten kunnen zien, ruiken, aanraken en zelf uitproberen. Er zal meer ‘blurring’ ontstaan tussen winkels, horeca en ambacht. Ook andere leisure-voorzieningen zullen in centra een prominente rol spelen, waardoor de binnenstad steeds verder opschuift richting het vermaak-domein. Winkelen is een vrijetijdsbesteding geworden, die concurreert met een dagje pretpark of een evenement bezoeken.

5. Georiënteerd op verkeersstromen

Van oudsher is detailhandel gekoppeld aan verkeer. De eerste winkels staken de kop op aan markten en langs drukke wegen. En nog steeds zien we dat winkels aanwezig zijn of opkomen langs wegen, stations en op vliegvelden. Deze winkels spelen in op behoeften van reizende consumenten, met gerichte assortimenten en gemak. Mogelijk gaan deze locaties nog een veel grotere rol spelen als pick-uppoint in de ‘afhaal-economie’. Ook op andere permanente plekken die veel mensen trekken (scholen, universiteiten, ziekenhuizen, stadions) groeien steeds verdergaande vormen van detailhandel en/of horeca, naast evenementen en festivals waar retail sterker opkomt met tijdelijke outlets. De klant hoeft niet langer naar de winkels te komen, maar retail volgt de klant.

Wij verwachten dat bestaande winkelcentra en –gebieden zich in een van de vijf geschetste richtingen verder gaan ontwikkelen en profileren. Centra die dit niet doen en blijven hangen in het verleden, zullen het steeds moeilijker krijgen. Maar ook relevant is de vraag: zijn er zoveel nieuwe winkelmeters nodig voor nieuwe supermarkten en grootschalige winkels? 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jan-Willem Speetjens, j.w.speetjens@seinpost.com of 06 2700 1311.

Onze specialist(en)

Jan-Willem Speetjens

Retailspecialist met scherpe blik op de inhoud

Tel. : 06 2700 1311
Email : j.w.speetjens@seinpost.com